Beautiful Freaks

alternative music pirate radio / reviews

Concert

The Irrepressibles @ Holland Festival

De bedoeling was, dat hier een foto zou staan waarop Jamie McDermott niet met zijn rug naar het publiek stond. Ik had graag zijn gezicht gezien of zelfs een close-up gemaakt, of de virtuele vogels die even later door Muziekgebouw ‘t IJ heenfladderden gefotografeerd hebben, maar linksvoor ons zat een man die dat blijkbaar niet wilde. Zijn redenering was sterk en onweerlegbaar. Hij had immers een kaartje gekocht voor deze voorstelling en betaald om te kijken naar het Irrepressibles-spektakel, dus dan was het logisch dat wij hier geen foto’s konden gaan zitten maken. Tja, wat moet je daar nou tegen inbrengen? Dat wij van de geschreven pers zijn maakt in zo’n geval natuurlijk niets uit. Het zal wel het verschil zijn tussen een luidenthousiast Paradiso-publiek en de bejaarde, brildragende en babbelende Holland Festival-bezoekers, waarvan een groot deel al voor het einde van het concert weg was gelopen.

Op het publiek na was het Muziekgebouw een geschikte omgeving voor The Irrepressibles. De Human Music Box, zoals het spektakel van de tienkoppige formatie in het kader van het Holland Festival heet, was net zozeer een popconcert als een performance, met adembenemende projecties en een ronddraaiend plateau waar het publiek omheen was gezeten. Dit alles speelde zich af in een soort kooi of doos die met doorzichtige doeken was omhuld. De menselijke speeldoos. Daarin zaten de veelheid aan bandleden als menselijke marionetten en op een verhoging McDermott als een prins die zijn volk toespreekt. Een van de knapste staaltjes van visuele pracht waren de witte vogels die plotseling, als duiven uit een hoge hoed, door het Muziekgebouw heenvlogen en over de wanden en balkons heenfladderden.

De serieuzere toonzetting van The Human Music Box, met The Irrepressibles als een rondreizend muzikantencircus dat aan het hof is ontboden, in plaats van rocksterren die hun nieuwe album promoten, werkte ook door in de muziek. Kon het debuut Mirror Mirror op momenten nog wel eens flauw aandoen in plaats van speels, de nieuwe nummers die in Amsterdam gespeeld werden klonken stuk voor stuk diepgaand en emotievol. Van Mirror Mirror werd slechts één nummer gespeeld, het magische ‘In This Shirt’ met een nog steeds huiveringwekkende opbouw en climax. Persoonlijk zou ik dat nummer aan het einde van de set hebben geplaats, zoals het ook de plaat afsluit, maar de daadwerkelijke eindnoten van ‘Prince’ waren minstens even mooi en beloven veel voor het aankomende album.

Toen McDermott vol overgave een tekst van blad begon op te dragen werd de scheidingslijn tussen concertzaal en theater vaag. De vraag is dan ook of The Human Music Box net zo goed gewerkt zou hebben in Paradiso, zonder stoeltjes en waar de nummers worden meegeklapt. Het was schrijnend om te zien hoe een vriendelijk “how are you doing?” van Jamie werd beantwoord met slechts een heel mager gestameld ‘yes’, terwijl diezelfde vraag in de poptempel zou kunnen rekenen op luid gejuich. Wat betreft de theatershow en projecties: dat hebben we Jónsi vorig jaar ook zien doen, dus het is zeker mogelijk. In de contreien van Muziekgebouw Bimhuis waren The Irrepressibles helaas toch een beetje misplaatst, wat verder niet afdeed aan een in elk ander opzicht sterk concert.

Oproep: wie kan ons aan een mooie foto bij dit artikel helpen? Natuurlijk inclusief bronvermelding.

Wat hebben de Popol Vuh, de scheppingsmythe van de Maya’s, de World Series van 1976, vogelmaskers en een podiumbrede videoprojectie te maken met The National? Veel, want het zijn allemaal onderdelen of inspiratiebronnen van The Long Count, een project van National-gitaristen Bryce en Aaron Dressner. Gebaseerd op een verhaal over een tweeling vóór het begin der tijden en een balspel componeerden zij een liederencyclus. Daarin zit ook hun eigen leven verwerkt; de broertjes Dressner zijn ook een tweeling en in hun geboortejaar 1976 werden de New York Yankees in de World Series verslagen door de Cincinnati Reds, de tweeling haar geboorteplaats.

Een tweeling en een balspel. Op die manier opent The Long Count in Muziekgebouw ‘t IJ, een Europese première in het kader van het Holland Festival. Een lang touw zit vastgebonden om de hals van een gitaar. Elk van de broers heeft één eind in zijn hand, en telkens wanneer een van hen een ruk aan het touw geeft horen we het instrument met gekrijs over de grond slaan. Dit is een van de meer beeldende interpretaties die Bryce en Aaron Dressner geven aan de Popol Vuh. Het grootste gedeelte van The Long Count bestaat uit ‘conventionele’ muziek. Met aanhalingstekens, want de aaneenschakeling van liederen en composities is op geen enkele manier vergelijkbaar met de indierock van The National. Zelfs niet als Matt Berninger een liedje meezingt.

Het is dit keer dan ook niet het bariton van de zanger van The National dat de aandacht eist, maar het twaalfkoppige orkest dat de broertjes Dressner deze twee avonden op het podium vergezelt. Niet de twee gitaristen op de linkerflank, maar de strijkers, blazers, slagwerkers en ook hier een gitarist die aan de rechterkant van het podium zitten maken The Long Count. De veelzijdigheid van de composities komen door het orkest pas goed tot uiting. Soms spelen ze kabbelende, minimale muziek, bijgegaan met passende kaleidoscopische beelden, maar meer dan eens komt het tot een uitbarsting of Sonic Youth-achtig rocknummer. Dat dit orkest ook een drummer heeft helpt daarbij wel. Ook Aaron en Bryce zijn tijdens de uitvoering van The Long Count meer klassieke muzikanten dan rocksterren; hun stukken lezen ze van blad, op hun in ontvangstneming van het applaus met een buiging na is er geen contact met het publiek.

Naast Matt Berninger zijn er nog twee andere zangers die hun opwachting maken. Zangeressen, welteverstaan, namelijk Kelley Deal (van The Breeders) en Shara Worden (My Brightest Diamond). Deal is zelf ook weer de onderdeel van een tweeling, waarvan de andere helft gevormd wordt door Kim Deal, het bekendst voor haar werk als bassiste bij de Pixies. Croonend beeld zij een soort oerkracht uit, de Moeder Aarde die er altijd al geweest is. Daartegenover staat Shara Worden met gedurende de show verschillende uitbundige vogelmaskers als symbool voor het nieuwe leven. De voormalige achtergrondzangeres van Sufjan Stevens steelt de show met haar haast liturgische a capella-zang. Met haar zielsnijdende noten is ze het hoogtepunt van The Long Count.

Om maar eerlijk te zijn: nee, met The National heeft het weinig te maken. De minder vrijzinnige fans van Beautiful Freaks’ band van het jaar 2010 zullen The Long Count misschien niet waarderen, maar een open-minded muziekliefhebber die ook kan genieten van pakweg Glenn Branca en Sonic Youth zal het op zijn minst interessant vinden. Dat de animaties van Matthew Ritchie meer decor waren dan echt onderdeel van de performance nemen we dan maar voor lief, want muzikaal zat alles sterk in elkaar. Hoewel we hopen dat een opvolger van High Violet niet te lang op zich laat wachten, was The Long Count The National-waardig.

Twee keer per jaar zie ik de affiche van London Calling aan me voorbijgaan. Elke keer besluit ik dan weer om het tweedaagse festival in Paradiso aan me voorbij te laten gaan, omdat ik maar één op de tien bandjes ken. De maanden daarna verzucht ik me dat ik niet gegaan ben, omdat het ene na het andere bandje opduikt waarover ik denk: ‘hé, stonden die niet op London Calling?”. Dit keer heb dus geprobeerd om Paradiso’s trots vóór te zijn en dat is me gelukt. Helaas is het de bands die vrijdag- en zaterdagavond optreden niet gelukt om mij te overtuigen.

Cults @ Paradiso, London Calling

Cults

De vrijdagavond begon fijn met de laatste twee nummers van Braids, een Canadees kwartet dat leentjebuur speelt bij Animal Collective, maar dan met een zangeres die past bij iets als Beach House. Dat zorgt voor muziek die balanceert op het randje van zweverig, maar door goed songmateriaal gered wordt van de afgrond. Het is niet alleen de volle stem van Raphaelle Standell-Preston, die ook behoorlijk de hoogte in kon gaan, die daarvoor zorgde, maar ook het feit dat Braids in staat was om een gelaagd geluid met veel details goed over te brengen.

Iets waar Cat’s Eyes niet in slaagde. Van de gedragen, meeslepende live-versie van ‘I Knew It Was Over’, opgenomen in het Vaticaan, is de verandering naar wat er in de kleine zaal van Paradiso stond groot. Slordig gespeelde liedjes waar nauwelijks meer een melodielijn in te ontwaren was en een microfoon die zo zacht stond afgesteld dat we Faris Badwan wel zagen maar niet hoorden zingen.

De volgende dag begon een stuk beter. Het mysterieuze duo Cults uit San Francisco, voor de grote zaal van Paradiso in grotere bezetting, heeft net drie liedjes uit, maar de broekies gedroegen zich al alsof ze rocksterren waren. Dat mag, zolang de liedjes maar goed uitgevoerd worden en bij Cults was dat zeker het geval. Naast de drie liedjes van de EP, met het hitje ‘Go Outside’, hoorden we ook nog enkele andere nummers die ons steeds meer doen uitkeken naar hun debuutalbum. Klein puntje van kritiek: de bassen stonden veel te hard. Dat heeft Cults helemaal niet nodig en past ook niet bij de schattige, lichte popsongs die ze spelen.

The Crookes is een band die al iets langer meegaat en zorgde dus voor een volle grote zaal. Die verdienden ze overigens niet, want in plaats van de aardig gespeelde liedjes in de stijl van The Smiths die op hun album staan, hoorden we in Paradiso het zoveelste rumoerige Britse bandje in de stijl van The Wombats en The Pigeon Detectives. In tegenstelling tot die twee waren The Crookes niet eens leuk, door een frontman die zich ongelooflijk aanstellerig gedroeg in plaats van prentieloos enthousiast het publiek op te zwepen zoals dat hoort bij dit soort muziek. Als de muziek dan ook niet echt vernieuwend of bijzonder is, zorgt dat niet bepaald voor een goed concert.

Wild Beasts @ Paradiso, London Calling

Wild Beasts

De must-see voor deze editie van London Calling was volgens Beautiful Freaks Wild Beasts, dat dit jaar hun derde album Smother heeft uitgebracht. De vraag is eigenlijk waarom een band met drie bovengemiddelde albums nog op London Calling staat, tussen alle bandjes die net anderhalf nummer op hun setlist hebben staan. Wellicht ligt het aan hun moeilijke geluid dat geen volle zalen trekt, maar een eigen show in de kleine zaal van Paradiso had er zeker ingezeten. Helaas viel hun optreden op London Calling tegen. Dat lag niet aan de liedjes, want die zijn natuurlijk dik in orde, maar aan de geluidsconfiguratie. Van Hayden Thorne’s geschoolde, Antony-achtige stem hoorden we maar weinig, terwijl de muren wel trilden door veel te harde bassen. Zeker bij zo’n subtiel, gedetailleerd geluid als dat van Wild Beasts kan dat al snel funest zijn voor een concert. Ik kan me voorstellen dat sommige publieken dit ‘vet’ vinden klinken, maar er blijft weinig meer over van de Wild Beasts waar wij voor gekomen waren.

Al met al was London Calling in de ogen van Beautiful Freaks een teleurstelling. Wellicht is de november-editie beter, want het lag zeker niet aan de programmering. Wel aan slecht geluid, wat bij beginnende bandjes overigens helemaal niet zo gek is. Veel blijven oefenen en een aantal van de bands die nu niet al te best klonken kan over een paar jaar op eigen benen een goed concert neerzetten in Paradiso.

Dit jaar maakt het deel uit van Indiestad, maar London Calling is natuurlijk al een festival op zich. Sinds de eerste editie in 1992 hebben onder andere Franz Ferdinand, Bloc Party, White Lies en Florence & The Machine hun eerste Nederlandse optreden gegeven als onderdeel van het festival en inmiddels is London Calling dé showcase voor bandjes die het helemaal gaan maken. Ook als de line-up je nu niks zegt is het verstandig om te komen, want over pakweg een halfjaar herken je de namen wel en zal je spijt hebben dat je niet bent gegaan (zo verging het mij tot nu toe elk jaar). En wat betreft de naam; ja, het is moeilijk om heden ten dage nog goede indie uit Groot-Brittannië te vinden, maar Paradiso slaagt erin en ook alle Brooklynse bandjes zien we graag. Hier de tips van Beautiful Freaks:

Braids (vrijdag 19:30, grote zaal) – luister ‘Lemonade
Braids is zo’n moeilijk te beschrijven band die alleen maar vergeleken kan worden met andere eigenzinnige bands zoals Animal Collective. Als we die twee vergelijken is Braids in elk geval dromeriger en worden de nerveuze loops juist afgewisseld met rustige beats. Braids is typisch zo’n bandje waarbij er een heleboel spannende dingen op de achtergrond gebeuren, zonder dat de liedjes er minder om worden. Apart en leuk!

Cat’s Eyes (vrijdag 20:15, kleine zaal) – luister ‘I Knew It Was Over
Wat krijg je als je de frontman van een horror-band kruist met een Canadese sopraan? Juist, Cat’s Eyes, de samenwerking tussen Faris Badwan van The Horrors en Rachel Zeffira. Hun muziek is sacraal en van een hemelse schoonheid. Dat leek het onconventionele duo zelf ook te hebben beseft, want hun single ‘I Knew It Was Over’ hebben ze live gespeeld in Het Vaticaan, inclusief koor en kerkorgel. Knappe jongen die het dan nog droog houdt.

Ariel Pink’s Haunted Graffiti (vrijdag 22:00, grote zaal) – luister ‘Round and Round
Op zijn zevende (!) album Before Today durfde Ariel Marcus Rosenberg zijn gouden liedjes eindelijk uit hun verpakking van ruis te halen en kon de wereld horen wat voor een fijne popsongs hij schrijft. Laid-back om zorgeloos in het gras te liggen, met veel invloeden uit de jaren ’60 en ’70. We horen Pink Floyd, Frank Zappa, The Beatles, Steely Dan, Fleetwood Mac, et cetera. Als Rosenberg de sfeer van zijn muziek weet over te brengen op het publiek in Paradiso, moet dit een erg mooi optreden worden.

The Fresh & Onlys (vrijdag 00:30, kleine zaal) – luister ‘Waterfall
In San Francisco schieten de bandjes inmiddels als paddestoelen uit de grond. Ook The Fresh & Onlys is zo’n groep met een fris en vrolijk geluid, geïnspireerd op The Beach Boys en de Nuggets-compilatie. Wat The Fresh & Onlys anders maakt dan al die anderen is dat ze hun geluid combineren met folk/country uit hun vaders platenkast en zo tegelijkertijd inspelen op de hype rond Mumford & Sons. Wie om half één al moe is van London Calling kan bij The Fresh & Onlys even lekker relaxen.

2:54 (zaterdag 18:30, kleine zaal) – luister ‘Creeping
Warpaint nam deze band als support act mee op hun toernee door Groot-Brittannië en qua geluid komen de twee groepen zeker overeen. Lome electronica met daaroverheen betoverende vrouwenstemmen en in de achtergrond duistere gitaartjes is het handelsmerk van 2:54 en daar zijn ze goed in. Naast Warpaint zijn de twee zusjes geïnspireerd door Blood Red Shoes en Auf Der Mauer, die het tweetal de powervolle kant mee hebben gegeven. Meteen een prikkelende openingsact voor de tweede dag van London Calling dus.

Cults (zaterdag 20:45, grote zaal)luister ‘Go Outside
Cults is een van de leukste bandjes op dit moment. Met hun drie nummers tellende 7″-single gooien ze hoge ogen en vooral het bescheiden hitje ‘Go Outside’ gaat muziekliefhebbers deze lente nog veel plezier bezorgen. Hun muziek is schattig en zoet en in ieder opzicht precies wat je wil van dit soort lo-fi popbandjes. Perfect in hun genre dus, en dat belooft wat voor het optreden in Paradiso, waar we hopelijk ook wat meer materiaal gaan horen.

The Crookes (zaterdag 22:00, grote zaal) – luister ‘Backstreet Lovers
Alsof we nog niet genoeg simpele synth-pop hadden, sterk geïnspireerd door The Smiths, zijn hier The Crookes die het bekende kunstje nog eens uitstekend uitvoeren. Waarom we ze dan toch weer leuk vinden? Omdat ze dit keer niet uit Brooklyn of San Francisco, maar uit Sheffield komen. Omdat ze beïnvloed klinken zonder copycats te zijn. En omdat we eigenlijk nooit genoeg kunnen krijgen van dit geluid, zeker niet als het zo goed uitgevoerd is.

Wild Beasts (zaterdag, 23:15, grote zaal) – luister ‘Albatross
Van Wild Beasts snappen we eigenlijk niet waarom ze nog op London Calling staan. Met hun derde goede album op rij, Smother, verdienen ze eigenlijk wel een eigen optreden in Paradiso’s grote zaal. Waarom ook alweer? Hun muziek zit vol onderhuidse spanning, veroorzaakt door het contrast tussen de kille electronica en Hayden Thorne’s vrij voortbewegende stem die erg sterk doet denken aan Antony Hegarty. Dit is ongetwijfeld de must-see van London Calling.

Twin Shadow (zaterdag, 00:45, grote zaal) – luister ‘Slow
Ook Twin Shadow is een mengelmoesje van allerlei invloeden, voornamelijk bands uit de jaren ’80. Twin Shadow, opererend vanuit het nog altijd even hippe Brooklyn, combineert elektrische gitaren en synthesisers tot donkere popsongs. Zeg maar The Cure meets The Smiths. Het meest opvallende aan Twin Shadow is dat ze dit al direct doen met veel kwaliteit en klasse, terwijl andere bandjes blijven steken bij één leuk liedje en een matig album. Nee, origineel is het niet, maar we zien ze graag.

Passe-partouts voor London Calling zijn helaas uitverkocht (je kan nog wel een kaartje voor Indiestad kopen à €80,-), maar er zijn nog wel dagtickets beschikbaar voor €17,50.

The Intergalactic Lovers @ Walk the Line

Lara Chedraoui van The Intergalactic Lovers

Afgelopen vrijdagavond vond in de binnenstad Den Haag het Walk the Line-festival plaats, alwaar een aantal interessante bands en artiesten te bewonderen waren. Zoals altijd wijkt de uiteindelijke route af van de oorspronkelijke planning, maar dat maakte het er niet minder op.

Eén van de locaties waar optredens plaatsvonden was een kleine bar genaamd ‘Supermarkt’, een gegeven dat Lara Chedraoui, zangeres van The Intergalactic Lovers, nogal grappig vond en ook uw Beautiful Freaks-verslaggevers konden er wel om lachen. Ondanks dit grappige voorval zetten The Intergalactic Lovers uit België namelijk een serieus goed optreden neer. Live kwam het rauwe randje van het album nog sterker naar voren en verloor de band hun commerciële radiokant. De spil van de groep is natuurlijk Lara, die met haar scherpe stem aan elk liedje iets van magie toevoegt, maar ook de overige bandleden waren op dreef. Niet alleen de single ‘Delay’, maar ook de andere nummers wonnen zo aan kracht.

Volgens onze voorbeschouwing zouden we daarna nog even tijd hebben voor de rustige soundscapes van The Deer Tracks, maar eenmaal in de kleine zaal van ‘t Paard van Troje aangekomen bleek de witblonde engelenzangeres vergezeld te worden door een drietal bandleden dat de stereotype-beschrijving van ‘emo’ sterk naderde. Ook de muziek ging te veel die kant uit, en neigde te weinig naar Sigur Rós, dus het besluit om de grote zaal te betreden was snel gemaakt. Daar stonden Broken Records, die we al eerder zagen als voorprogramma van The National in Tivoli. Toen waren ze een leuke  baroque-pop band die net iets beter was dan het gemiddelde voorprogramma, maar in ‘t Paard van Troje kon je merken hoe ze gegroeid waren. Een grootser en voller geluid dat, in tegenstelling tot op het album, overtuigend klonk. Wat het meeste opviel was het contrast dat Broken Records gebuikt in hun muziek. Een liedje kon beginnen met een eenzame viool, maar uitbarsten in bezeten folkmuziek.

Broken Records @ Walk the Line

Broken Records

Vervolgens namen we een kijkje bij Marques Toliver, de Amerikaanse soulzanger met viool. ‘De Supermarkt’ zat hiervoor bomvol en de enige manier om nog iets te zien was op het balkon tussen de benen van de mensen voor je door proberen te kijken. Het valt niet te ontkennen dat Toliver een talentvol muzikant en zanger is en wat dat betreft was deze opkomst ook geheel verdiend, maar ons type muziek is het niet. Vooral Tolivers vioolspel zou nog een stuk beter kunnen, want doordat hij moet zingen én vioolspelen tegelijkertijd kan hij zich niet goed concentreren op één van de twee. Zijn krachtige stem heeft eigenlijk recht op een band.

Vervolgens besloten we om toch maar eens een kijkje te nemen bij The Pigeon Detectives. Een groep die niet meer relevant is en dat eigenlijk ook nooit geweest is (zelfde verhaal als The Wombats), maar desondanks trokken ze een groot publiek. De kleine zaal van ‘t Paard van Troje zat vol en zelfs op het gangetje ernaartoe stond een tiental mensen nog mee te springen en klappen. En hoewel The Pigeon Detectives nooit hoogstaande muziek zullen maken, is hun charme wel begrijpelijk. Wie valt er nou niet voor aanstekelijke popdeuntjes en een charismatische frontman? De belofte dat je het optreden ‘nat en met gescheurde kleren’ zou verlaten werd (helaas?) niet waargemaakt, maar een vermakelijke show was het wel.

Marques Toliver @ Walk the Line

Marques Toliver

De afsluitende act en in die hoedanigheid ook soort van headliner van Walk the Line was The Boxer Rebellion. Dat is een teken dat de band eindelijk de erkenning krijgt die ze al sinds het sterke debuutalbum Exits uit 2005 verdienen. Dat The Boxer Rebellion al een aantal jaar ervaring heeft was direct te zien in hun optreden. Songs werden foutloos aan een stuk door gespeeld, zonder slappe praatjes tussendoor. De oudere nummers zoals ‘Evacuate’ en ‘Flashing Red Light Means Go’ werden afgewisseld met de hitjes van het derde album The Cold Still, zoals ‘The Runner’ of de ballade ‘No Harm’. Waar die langzamere liedjes op het album nog weleens overdreven of ongemeend klonken, was dat live geen probleem. Niet omdat de pijn nu wel overtuigend naar voren werd gebracht, maar juist omdat de band zoveel plezier had met spelen dat alle pretenties vanzelf verdwenen. Al met al is The Boxer Rebellion inmiddels een volwaardige en volgroeide band.

Indiestad‘Indie’, inmiddels is het de vraag of die term nog wel enige inhoud heeft. De kleine, onafhankelijke bandjes van vroeger zijn inmiddels groot en bekend geworden. Arcade Fire of The National staan niet meer in kleine zaaltjes maar verkopen al uit en in reclame’s horen we geen Top 40-muziek maar liedjes die ook op Beautiful Freaks langkomen. Ondanks deze onduidelijke benaming van wat ‘Indie’ nou precies is en hoe het moet klinken, is Amsterdam deze maand één week en één dag lang de Indiehoofdstad. In die acht dagen treden er tal van indie-acts op in hoofdkwartier Paradiso, maar ook sublocaties zoals De Duif, OT301, Bitterzoet en de Vondelkerk. Passapartouts zijn hier te koop voor 80 euro. Hieronder de tips van Beautiful Freaks:

Woensdag 18 mei
Op dezelfde dag dat The Tallest Man on Earth in Paradiso staat (geen onderdeel van Indiestad), kunnen degenen die geen kaartje hebben genieten van Bill Callahan, de singer-songwriter met zijn intens doorleefde stem en spaarzame maar net zo mooie folkmuziek, die voor Indiestad een optreden geeft in De Duif. Zijn nieuwste werk Apocalypse, een grootse titel voor zo’n persoonlijk album, is slechts de zoveelste bekroning op zijn oeuvre. Met zich mee neemt hij zijn lief Sophia Knapp.

Zijn optreden is een double bill met Julianna Barwick. Haar tweede album The Magic Place kreeg van Pitchfork het label best new music en dat duidt op zijn minst aan dat de muziek interessant is. Wij vonden Barwick eerlijk gezegd aardige, maar niet bijster interessante ambient-muziek. Wellicht weet ze het publiek in de mooie setting van De Duif nog te verrassen.

Waar: De Duif
Wanneer: 18 mei, 19:30
Hoe duur: €15,- voor losse tickets

Later die avond treedt in Paradiso zelf 13 & God op, een samenwerking tussen het Duitse The Notwist en Themselves uit Amerika. Een combinatie van killie electronica en donkere rap. Samen klinkt het als intercontinentale trip-hop, met als grootse raaklijnen Portishead en Archive. Niet zo goed als The Notwist en na een tijdje misschien net iets te veel van hetzelfde, maar desalniettemin mooie muziek en het kan zeker interessant worden in Paradiso.

Waar: Paradiso
Wanneer: 18 mei, 22:00
Hoe duur: €12,- voor losse tickets, excl. lidmaatschap

Donderdag 19 mei
De opvallendste gebeurtenis van de donderdag is de Nederlandse Bandavond in OT301. Daar treden Lila Kite, The Secret Love Parade, Elkin en The Skywalkers op. Lola Kite bracht dit jaar hun debuutalbum Lights uit, vol aanstekelijke popdeuntjes die soms iets te fout klonken maar zeker tegen het eind van het album de psychedelische kant van de popmuziek opzochten. The Secret Love Parade is een jongen-meisje-duo dat schattige popmuziek maakt en de Nederlandse Belle&Sebastian genoemd zou kunnen worden. Ook The Skywalkers zijn leuk, met pure, Beatlesque popmuziek. Elkin is de vreemde eend in de bijt; experimentele geluiden met mooie vrouwenzang.

Waar: OT301
Wanneer: 19 mei, 20:30
Hoe duur: €10,- voor losse tickets

Vrijdag 20 mei
Vrijdag 20 en zaterdag 21 mei is in Paradiso de lente-editie van London Calling. Natuurlijk zijn het al lang niet meer alleen maar Britse bandjes die we hier mogen horen, maar ook veel opkomend talent uit de Verenigde Staten. De twee avonden zijn zo veelzijdig en vol dat de voorbeschouwing morgen als apart deel verschijnt.

Degenen die liever wachten tot een bandje naast een single of een half liedje ook een heel album uit heeft gebracht en niet geïnteresseerd zijn in ‘opkomend talent’ als eufemisme voor ‘kinderen die niet kunnen spelen’ kunnen hun toevlucht zoeken in De Duif voor het concert van Die Anarchistische Abendunterhaltung. Spannende muziek die een clash is tussen rock, jazz, pop, folk en klassiek.

Waar: De Duif
Wanneer: 20 mei, 20:00
Hoe duur: €15,- voor losse ticket

Zondag 22 mei
Zondag is Indiestads ‘Indievloot-middag’, met optredens in Paradiso en de daarnaast gelegen Balie. De middag lijkt vooral gericht te zijn op indie-folk muziek, met zowel internationaal bekende namen als lokale favorieten. De ongetwijfelde hoofdact van die dag is Okkervil River. Hun nieuwe album viel weliswaar tegen, maar hun overige verdiensten zijn groot en met successen als Black Sheep Boy en The Stage Names zijn zij een must-see. Van Nederlandse bodem kunnen we kijken naar de integere folkliedjes van I Am Oak en Rebecca Sier, die afgelopen maandag de halve finale van Mooie Noten won. Daarnaast geven onder andere Thus:Owls, Case Mayfield en Cloud Control optredens.

Waar: Paradiso en De Balie
Wanneer: Zondag 22 mei, 16:00
Hoe duur: €17,50 (excl. lidmaatschap)

Maandag 23 mei
The Jezabels is een Australische band die al drie veelbelovende EP’s hebben uitgebracht, maar nog geen album. Ze maken gedreven popmuziek met disco-invloeden en een aangenaam wijds geluid. Wat vooral opvalt is de krachtige stem van frontvrouw Hayley Mary, die niet onderdoet voor pakweg Florence Welsch. Het is slechts een kwestie van tijd voordat The Jezabels met hun debuutalbum het vasteland gaan veroveren.

Waar: Paradiso (Kleine zaal)
Wanneer: 23 mei, 22:00
Hoe duur: €8,50 (excl. lidmaatschap)

Dinsdag 24 mei
Dat Deserter’s Songs uit 1998 Mercury Rev’s beste album was, is en waarschijnlijk ook zal blijven moeten ze zelf ook beseft hebben, want inmiddels voeren ze het weer integraal uit. Op 24 mei gaan ze dat in Paradiso doen en daarmee hoort Mercury Rev tot de oudere namen van Indiestad, de zogezegde gevestigde orde die tal van bands die ook optreden aankomende week heeft beïnvloed. Alleen al voor het magistrale ‘Goddess On a Highway’ zou iedereen naar dit optreden moeten komen. Wij in elk geval wel.

Waar: Paradiso
Wanneer: 24 mei, 20:30
Hoe duur: €22,- (excl. lidmaatschap)

Al deze mooie namen en optredens beschouwend durf ik mijn nationalisme te laten spreken en te zeggen dat ik er trots op ben om in Amsterdam te wonen, de onbetwistbare Indiehoofdstad, in elk geval komende week.

Mooie Noten Halve Finale Paradiso

Mooie Noten in Paradiso

Gisteravond was de halve finale van Mooie Noten 2011, een wedstrijd voor singer-songwriters, georganiseerd door Stichting GRAP. Acht muzikanten of gezelschappen streden om de vier beschikbare finaleplekken. Omdat wij onze lezers niet te lang in spanning willen houden, dit zijn de winnaars: Katia, Chris Kok, Rebecca Sier en Lauw! Dat betekent ook dat er verliezers zijn, namelijk Leendert, Woezels, Chagalls en de favoriet van Beautiful Freaks, Kashmere Hakim.

Voor de gelegenheid was Paradiso ingericht als een rokerig cafétje – als het rookverbod dat niet verhinderde – met tafeltjes met kaarsjes en daaromheen stoeltjes die niet lekker zaten. Het podium was een stuk vooruitgeschoven om optimaal gebruik te maken van een niet bepaald gevuld Paradiso. Dat de zaal nou niet echt uitverkocht was, was geen ramp. Het zorgde voor een gezellige sfeer en een publiek dat ook bereid was om stil te zijn en op magische momenten zijn adem in te houden.

Omdat niemand het ooit eens is met de jury (dat mag u met een korreltje zout nemen), heeft Beautiful Freaks hier haar eigen juryrapport (foto’s later):

Mooie Noten - Lauw

Lauw

Lauw
Klinkt als: Roosbeef, Eefje de Visser, eigenwijze up-tempo liedjes met grappige tekstjes
Hadden niet door moeten gaan, want… Ja, de liedjes van Lauw waren ‘creatief’ en ‘origineel’ en meer van dat soort dingen waar juryleden nou eenmaal van houden, maar kwalitatief hoogstaand was het niet. Want hoewel de teksten wel op een bepaalde manier schattig waren, vonden wij ze vaak net zo flauw. Muzikaal gezien gebeurde er in vergelijking met de andere acts redelijk veel dankzij drie muzikanten op het podium, maar dat neemt niet weg dat er geen sterk songmateriaal op tafel lag. ‘Wij spelen liedjes zonder band,’ vertelde de frontvrouwe aan het begin van de avond, ‘Weesliedjes.’ Het is mij wel duidelijk waarom die liedjes geen band hadden.

Kashmere Hakim
Klinkt als: Nick Drake, Simon&Garfunkel, CSN&Y, singer-songwriter pur sang
Had moeten winnen, want… Hij is enorm gegroeid. Eind vorig jaar viel Beautiful Freaks al voor zijn debuut-EP en in de winter van datzelfde jaren zagen we hem in een vintage kledingwinkel liedjes spelen voor een handjevol mensen, maar de verlegenheid die hij toen had lijkt nu volledig te zijn verdwenen. Dat Kashmere Hakim niet meer zo in zichzelf is gekeerd, ligt ook aan zijn songmateriaal dat duidelijk beter is geworden. Nieuwe liedjes zijn nog mooier (creatiever!) dan de oude, maar ook die werden schitterend opgevoerd, zoals het ontroerende ‘Grandparents House’. Kashmere Hakim is de singer-songwriter pur sang; relaxte, laid-back folksongs, maar met betekenis en inhoud.

Mooie Noten - Kashmere Hakim

Kashmere Hakim

Chagall
Klinkt als: Adele, Duffy, dat soort artiesten maar dan zonder het glazurige popgehalte
Had moeten winnen, want… De muziek had power! Oké, wanneer ze een ballad op normaal volume begint was de zangeres van dit duo misschien niet opvallend, maar zodra ze haar registers openzette kwam daar toch een geluid uit. Daarbij waren de liedjes ook nog eens goed, dus wij zijn eigenlijk geen minpunten.

Leendert
Klinkt als: Spinvis? Leonard Cohen? Kale folksongs met diepe teksten, haast onvergelijkbaar
Had moeten winnen, want… Hij ging diep. Het waren nog niet eens de poëtische teksten die daarvoor zorgden, maar meer de aandacht die hij van zijn lusiteraar vergt wanneer hij optreedt. Leendert is niet intiem, maar ronduit minimaal te werk gegaan met beklemmend geluid. Dat hij het públiek zo wist te boeien en in een magisch moment hun aandacht wist vast te houden is meer waard dan het oordeel van een jury.

Mooie Noten - Chagall

Chagall

Katia
Klinkt als: andere opstandige zangeresjes met een gitaar
Had niet moeten winnen, want… Ze was niet zo goed. Ja, mooie liedjes, knap gezongen, maar we misten duidelijk een spark. De jury vond dat ze verleidelijk en charmant was, maar dat vinden wij geen maatstaf voor kwaliteit. Een artieste bij wie je eerder denkt ‘zou ze nog single zijn?’ dan ‘waar is haar album te koop?’ doet toch iets niet goed.

Chris Kok
Klinkt als: de lichtere kant van Spinvis
Had niet moeten winnen, want: Hij was het nét niet. Zijn krachtige momenten waren net niet overtuigend genoeg, en zijn kalme momenten net niet betoverend. De jury vond dat dynamisch, ik vond het jammer. Deze jongen heeft absoluut veel potentie, maar hier was hij net niet catchy, lekker of pakkend en aan de andere kant ook net niet diep, overtuigend en betoverend.

Woezels
Klinkt als: slechte rap-muziek met flauwe teksten
Heeft terecht verloren, want… Het was een schaamtelijke vertoning. In een serieuze singer-songwriter-competitie hoef ik geen teksten te horen over het balhaar van de zanger. En, noem het maar elitair, hip-hop vinden we bij Beautiful Freaks eigenlijk helemaal niet leuk, ook al was het nu aangekleed als folk.

Mooie Noten - Rebecca Sier

Rebecca Sier

Rebecca Sier
Klinkt als: Alela Diane, de betere ‘meisjes-met-gitaar’-muziek
Heeft terecht gewonnen, want… Dit is hoe een singer-songwriter-meisje hoort te zijn. Zwoel, maar in haar muziek en niet in haar uiterlijk. Net als veel andere dames in deze competitie had ook Sier een goede stem, maar het was haar ingewikkelde gitaarspel dat haar een stapje voor geeft over de rest.

De vier finalisten staan 12 juni in het Vondelpark voor de finale, waar ook Lucky Fonz optreedt.

Waar? Binnenstad van Den Haag (0.a. Paard van Troje, Zwarte Ruiter, Rootz)
Wanneer? 13 en 14 mei
Hoe duur? €40,- voor beide dagen, elke afzonderlijke dag €25,-

Walk the Line is een festival voor alternatieve muziek in de binnenstad van Den Haag. Twee dagen lang treedt er een keur aan indie bands op. Omdat er zo veel verschillende en ook vooral goede bands op het programma staan, hier de gids van Beautiful Freaks met de niet te missen optredens. We zijn trouwens niet bekend in Den Haag, dus loopafstanden op eigen risico incalculeren!

Vrijdag 13 mei

Walk the Line begint vrijdagavond om zeven uur met een optreden van Little Trouble Kids in de Zwarte Ruiter. De Belgische band heeft in 2010 hun debuutalbum uitgebracht onder de naam Boston Tea Party, maar moest die veranderen vanwege copyright-issues. Hun muziek is Belgisch-catchy met de nodige harde gitaren, maar ondanks het lekkere geluid gaat Beautiful Freaks liever naar de andere Belgen die gelijktijdig met Little Trouble Kids spelen, te weten Intergalactic Lovers. De groep maakt onder leiding van zangeres Lara Chedraoui popmuziek met een randje. Vooral de single ‘Delay’ is lekker, maar het hele debuutalbum Greetings and Salutations beviel ons daardoor missen we helaas wel de verstilde folkmuziek van The Leisure Society in de stijl van Midlake en The Low Anthem. Noem het de keerzijde van een sterke programmering.

Afhankelijk van hoe goed Lara Chedraoui live zingt is er de mogelijkheid om in ‘t Paard van Troje te luisteren naar Broken Records. Aan de ene kant waren zij een uitstekend voorprogramma voor The National in Utrecht vorig jaar, maar hun tweede album was toch een teleurstelling. Wellicht dat we ze laten schieten voor The Deer Tracks die gelijktijdig in de kleine zaal van ‘t Paard van Troje spelen. Sigurrósiaanse sfeermuziek met enigszins folky invloeden en met het een en ander aan koperwerk ook aansluiten bij iets als Mumford & Sons.

Daarna kun je gaan kijken naar ondere andere Marques Toliver met zijn soulvolle stem, de springerige popmuziek van The Pigeon Detectives (in de stijl van The Wombats, net zo relevant), Young the Giant‘s synthrock of de indiepop van Little Comets die al sinds 2009 een buzz zijn, maar de eerstvolgende écht interessante naam komt pas daarna. En eigenlijk zijn het er twee, helaas naast elkaar geprogrammeerd. In Rootz treedt Pitch Blond op, energieke rockmuziek met een zangeres (ja, weer een zangeres!) met een sterke stem, terwijl even verderop in het Nutshuis de Belgische Radiohead (ja, weer Belgen!) speelt onder de naam Low Vertical. Dat wordt een last minute choice, maar die komt waarschijnlijk uit in het voordeel van de laatste.

De laatste naam die we op vrijdag gaan zien is The Boxer Rebellion, een underground alternatieve rockband die eindelijk de erkenning begint te krijgen die ze verdienen. Rauwe muziek, boze gitaren en een snerende stem zorgden voor een overtuigend debuutalbum en een nog sterkere opvolger. Op hun derde komt daar nog een beetje dramatiek bij – wij vonden dat een achteruitgang, dus hopelijk veel nummers van het debuut op hun optreden.

Zaterdag 14 mei

De tweede en laatste dag van Walk the Line begint voor Beautiful Freaks met de energievolle folk van Wallis Bird in de Zwarte Ruiter, waardoor we alweer The Mountains and the Trees moeten missen, die het andere soort folk maken, verstild en hypnotiserend. Daarna volgt de donkere, psychedelische freak-folk van de inmiddels bijna legendarische band Akron/Family. Te vaag om te beschrijven, maar wel één om zeker gezien te moeten hebben.

Folk-liefhebbers kunnen daarna gewoon in de Grote Zaal van ‘t Paard van Troje blijven staan, want een halfuurtje later treedt daar Jonathan Jeremiah op. Een muzikant die door de enthousiastelingen wordt beschreven als de nieuwe Nick Drake en door de critici als een slap aftreksel daarvan, maar in feite gewoon mooie liedjes maakt die inderdaad in de stijl van Drake worden gespeeld, maar zeker geen kopiën dan wel verbeteringen daarvan zijn.

Next on the list staat een van de hypes van 2011, Creep, met donkere electropop met house-invloeden. Aan de andere kant is The Phantom Band ook best aardig, meer rock-georiënteerd. Gelukkig kunnen we Walk the Line al mooi afsluiten met een rockgroep, namelijk de Cold War Kids. Nooit echt doorgebroken, terwijl ze toch redelijk hitgevoelige indiepop maken met singles als ‘Hang Me Up to Dry’ en ‘We Used to Vacation’.

Met zo’n mooie, volle en veelzijdige line-up (helaas met de nodige overlappingen) belooft Walk the Line alvast een heel mooi festival te worden. Het enige wat ik nog zou willen melden is de prachtige website van Walk the Line: http://www.walkthelinefestival.nl/

The National @ Cross-Linx, Utrecht

Beautiful Freaks is nog altijd niet The National-moe. High Violet verkozen we zonder ook maar enige twijfel tot album van 2010 en zelfs de expanded edition vonden we prachtig, ook al was het misschien een knieval voor de commercie. Ook live bleven het subtiele samenspel van de broertjes Dressner, de soms onnavolgbare drum en bas van de broertjes Devendorf en natuurlijk het bovennatuurlijke bariton van Matt Berninger ons verbazen. Zowel hun show in Tivoli als het optreden op het Duitse Haldern Pop voegden daadwerkelijk iets toe aan de albumversies; live is The National nog intenser en maakt de droefheid op de CD plaats voor een veel destructievere agressiviteit. Al met al genoeg reden om ze nog eens een keer te aanschouwen op het Cross-Linx festival in Utrecht.

Het Cross-Linx festival is een uniek concept: een rondreizend festival – dit jaar worden naast Utrecht ook Eindhoven, Groningen en Rotterdam aangedaan – met de focus op vernieuwende, onconventionele muziek. Op deze elfde editie is The National de headliner en Aaron en Bryce Dressner uit die band zijn bovendien curatoren van het festival. De eigenzinnigheid van Cross-Linx wordt het meeste benadrukt door het Music Mining-project. Hierbij spelen artiesten niet in zaaltjes, maar op ‘aparte’ locaties zoals kleedhokjes, trappenhuizen of verwarmingskelders.

Helaas kent Cross-Linx zoveel mooie plekjes en groepjes dat wij maar een heel klein deel van het aanbod hebben kunnen zien. Toen we de Grote Zaal van Vredenburg Leidsche Rijn, een relatief grote zaal met zit- en staanplaatsen, binnenwandelden werden we meteen geboeid door het wel heel vreemde duo Buke & Gass en de andere artiesten die tegelijkertijd met hen geprogrammeerd stonden – onder andere Owen Pallett en Sharon van Etten – hebben we daardoor niet kunnen zien.

Buke & Gass @ Cross-Linx, Utrecht

Buke & Gass is een duo dat is ‘ontdekt’ door The National en hun muziek valt te beschrijven als ‘catchy en mismaakt’, het best te illustreren aan de hand van hun instrumentarium. Arone Dyer bespeelt een bewerkte bariton ukelele en Aron Sanchez’ ‘Gass’ is een soort van gemuteerde gitaar die gemaakt is uit afval en schroot (zie foto). Het heeft aan de ene kant iets schattigs, maar ook behoorlijk vreemd. Op diezelfde manier zweeft de muziek van het tweetal tussen meezingbare indiepop en Frankensteinhorrortunes. Soms uitbundig en vrolijk, dan weer donker en minimaal en vervolgens punky en vol passie. Telkens zetten Buke & Gass je op het verkeerde been, maar elk nummer is verbazingwekkend goed. Van deze combinatie tussen Talking Heads, Glenn Branca en Joanna Newsom willen we zeker meer horen!

Maar natuurlijk draaide de avond uiteindelijk maar om één groep, en dat was The National. Een groep die voor mij inmiddels geen geheimen meer kent. Toch blijft het mooi om Matt Berninger te zien spelen en in zijn muziek op te gaan, nuchter beginnend maar steeds meer loskomend totdat hij halverwege de set schreeuwend het publiek in loopt of één voor één zijn microfoonstandaard kapotsmijt. Het is te zien dat Berninger na een jaar lang vrij intensief toeren een echte podiumpersoonlijkheid is geworden. Het enige wat ik me af en toe begin af te vragen als Berninger zijn microfoon op het podium smijt is of hij het meent. Soms lijkt zijn podiumprésance net iets té gestilleerd. Tegelijkertijd komt hij wel natuurlijk over, en vorig jaar in Tivoli liet Berninger ook al zien dat hij een paar trekjes heeft die live duidelijk naar voren komen. Misschien ben ik gewoon te ongerust dat ‘mijn’ bandje hun authenticiteit verliest.

Maar zelfs als ze die kwijt zouden raken, kunnen ze nog altijd putten uit een hoge stapel van sterk songmateriaal. De nadruk van het concert lag natuurlijk op de nummers van High Violet, waarvan het magistrale ‘England’ de grootste uitschieter is, maar juist de wat oudere nummers doen het live goed bij The National. Liedjes als ‘Abel’ of ‘Mr. November’ worden stukken explosiever gebracht en komen pas echt tot leven als Berninger al een paar slokken wijn achterover heeft geslagen. Dat The National – beroepsperfectionisten – overal aan denken komt tot uiting in de opbouw van de setlist; er wordt rustig begonnen met nummers als ‘Runaway’ en de single ‘Bloodbuzz Ohio’, maar langzamerhand krijgen we steeds emotionelere nummers en halverwege kondigt Berninger aan dat we nu het ‘duistere deel’ van de set krijgen, met nummers als ‘Sorrow’ en ‘All the Wine’. Het beste bewaren ze voor het laatst: ‘England’ en ‘Fake Empire’ als setafsluiter, en vervolgens ook nog ‘Terrible Love’ en ‘Mr. November’ in de vijf nummers durende toegift.

The National @ Cross-Linx, Utrecht

En eigenlijk is het heel simpel: The National gaf ook nu weer een goed concert. Intenser en overtuigender dan op CD – of het nou is ingestudeerd of ‘naturel’ is – maar met een rauw randje dat recht tegenover het perfectionisme van de albumopnames staat. The National was dan ook niet de grootste verrassing van het Cross-Linx festival. Dat was namelijk de eigenzinnige popmuziek van Buke & Gass, en naam waar we zeker meer van gaan horen op Beautiful Freaks.

Verslag door Caspar Jacobs, foto’s door Kim van Winkel

De garderobe van Paradiso had het deze avond eventjes moeilijk omdat er maar liefst twee uitverkochte concerten waren, zowel in de grote als in de kleine zaal. In die laatste speelde Anna Calvi, verplaatst van Bitterzoet naar de bovenverdieping van Paradiso en zelfs dan nog een aantal dagen van tevoren uitverkocht. Niet voor niets, want de verwachtingen naar aanleiding van het debuutalbum van deze dame waren hooggespannen. En die verwachtingen werden volledig ingelost.

Anna Calvi is meteen een hele verschijning in Paradiso’s kleine maar bomvolle zaaltje. Zelfverzekerd en koelbloedig staat ze op het podium. Tijdens de nummers is ze meedogenloos en kil, maar daar tussendoor lieflijk en vriendelijk. Helemaal alleen doet ze het natuurlijk niet; naast haar stond de multi-instrumentalist Mally Harpaz (tijdens de bandintroductie: ‘and this is Harpaz on… all those instruments’) en daarachter vormden de harde slagen en snelle roffels van Daniel Maiden-Wood de basis van de songs.

Songs die stuk voor stuk sterk opvielen, verrasten en overtuigden. De bekende liedjes van het debuutalbum werden nog net wat ruiger gespeeld en duisterder gezongen, maar tegelijkertijd bleven de pakkende melodieën gedurende het hele concert in stand. Je Edit Piaf-cover ‘Jezebel’ bijvoorbeeld was live nog net een tikkeltje venijniger en liet als afsluiter van de toegift Paradiso sprakeloos achter. Nog verbijsterender was de virtuoze gitaarsolo tijdens ‘Love Won’t Be Leaving’, die Calvi zo achteloos uit de toppen van haar vingers liet vloeien dat ze gevaarlijk dicht in de buurt kwam van Jimi Hendrix.

Goede muziek is vaak verslavend, en zo ook Anna Calvi. Gelukkig is er goede hoop dat we miss Calvi nog eens tegenkomen op de festivals deze zomer en anders hebben we nog genoeg tijd om haar debuutplaat stuk te draaien. Anna Calvi zelf hoeft zich geen zorgen te maken over of ze volgende keer ook de grote zaal kan vullen, maar wel over haar beperkte reportaire. Beautiful Freaks kan haast niet wachten op meer.