Beautiful Freaks

alternative music pirate radio / reviews

Abel

Eels is een band met reputatie: ze hebben inmiddels acht CD’s uit en zeker niet de minste. Dit was dan ook een van de redenen dat het concert van de Californische band in paradiso een hoogtepunt zou moeten worden. De naam Beautiful Freaks is niet voor niets een afgeleide van hun ‘Beautiful Freak’, naam van hun debuut-album – hun beste – en een gelijknamig nummer op dat album. De band heeft een stormachtig jaar achter de rug. Met het uitbrengen van maar liefst drie (!) CD’s in een jaar waren Mark Everett en zijn mannen erg druk bezig. Hombre Lobo (juni 2009) – de woede, het verlangen – End TImes (januari 2010) – berusting, verdriet – en onlangs verschenen Tomorrow Morning – vreugde, een nieuwe start – vormen samen een trilogie, maar het zijn duidelijk niet de beste albums van de band. Zeker niet slecht maar vaak onevenwichtig, saai of niet vernieuwend ten opzichte van klassiekers als Daisies of the Galaxy en Souljacker. Desondanks toonde Eels’ laatste worp Tomorrow Morning wel degelijk een vernieuwingsdrang en ook een hernieuwd plezier in het muziek maken. Een hoopvolle belofte.

Gisteren was het dan eindelijk zover. De twee voorprogramma’s vielen tegen, maar dat schenen ze wel vaker te doen bij Eels. Rare voorprogramma’s zoals een buiksprekerclown hoeven wij niet te zien. Het tweede voorprogramma was Alice Gold, een meisje-met-gitaar in het hoekje Avril Lavigne, maar met meer klasse. De band begon uiteneindelijk 40 minuten te laat, wat de verwachtingen nog maar eens hoger maakte. ‘E’ (de artiestennaam van Mark Everett) maakte zijn entree solo, pas na drie nummers zou de rest van de band invallen bij Prizefighter. Deze drie nummers waren nog even wennig, zeker met het verrassende uiterlijk van E – een bandana, zonnebril en terroristenbaard waardoor zijn gezicht het hele concert niet zichtbaar was. Toch kenmerkte opener Daisies of the Galaxy een paar goede eigenschappen van Eels: die snijdende stem, prachtige melodieen en vaak tragikomische teksten.

Toen eenmaal de band opkwam kon ik nog niet vermoeden dat de muziek die de rest van het concert zou domineren even fout zou zijn als de ZZ Top-baarden die de voltallige band droeg. We wisten dat Eels een veelzijdig man heeft en lieflijke nummers zo zou kunnen afwisselen met venijnige punkrock. Maar dat hij het zou wagen om alle nummers in een soort Las Vegas-hotel-rock’n’roluitvoering te spelen had ik niet verwacht en schoot ook direct in het verkeerde keelgat. De eerste paar nummers kon ik nog wel hopen op iets beters, een wat ouder nummer in een authentieke uitvoering, maar zelfs dat was te veel gevraagd. Want toen zo’n song uit de begindagen van Eels – My Beloved Monster – eindelijk gespeeld werd, ging het pas helemaal mis. Ze speelden het rustige, prachtige nummer als een soort noodschreeuw weg en binnen een minuut waren we klaar: een meesterwerk kapot geslagen, nota bene door de band zelf. Het verkrachten van nummers wil nog wel eens voorkomen, maar dan meestal als het wordt gecovered, dat een band hun eigen meesterwerkjes verkracht is toch wel heel zeldzaam. Dit was het moment waarop de serieuze twijfels die de setlist al had veroorzaakt over werden genomen door serieuze teleurstelling. Als je zo’n foute keuze begaat lijk je wel niet te kunnen inschatten wat het publiek van je verwacht en wil horen. Omdat de band zo veel kan vertrokken we toen niet, op hoop van verbetering, dat er toch dat spetterende einde kwam met een van die prachtige nummers. Fresh Blood leverde nog wel een mooi lichtpuntje op in een steeds belachelijker wordende set – was dit een soort parodie? Had ik moeten lachen? – gespeeld zoals het hoort (what means: wel ruig en hard, maar niet doelloos raggen en schreeuwen) en met mooie stroboscooplichten.. Maar dit alles kan natuurlijk niet opwegen tegen de vernietiging van nog een van de beste nummers uit Eels’ oeuvre. I Like Birds werd veroordeeld tot hetzelfde lot als My Beloved Monster, de snelkookpan. Het deed pijn om te zien hoe zo’n vredig nummer vermoord werd door de agressie van de band, vermorzeld tot er geen enkel positief stukje meer inzat. Het publiek (toch aangenomen dat het Eels-fans zijn, die het nummer kennen) deed vrolijk mee in deze desastreuse uitvoering. Steeds als E ‘I like’ zei, zei het publiek ‘Birds’. Dit was het toppunt, het was verpest. Eels heeft het voor elkaar gekregen.

Wat ook nog eens enorm bijdroeg aan de lage waardering van dit concert was de slechte setlist. Van een band die zo lang meegaat en zoveel goede nummers op zijn naam heeft staan verwacht je wel dat in de set de hitjes niet achterwege worden gelaten. Dat het accent op de laatste drie albums van Eels ligt is volkomen begrijpelijk, maar zelfs van die albums werden de beste nummers niet gespeeld. Ik noem ‘A Line in the Dirt’ en ‘Let’s Ruin Julie’s Birthday’. En waarom moeten er dan weer drie covers op de set? Had in plaats daarvan Novacaine for the Soul, Last Stop: This Town en Flyswatter gespeeld, en ik was blij geweest.

Eels-moe, vroeg Caspar nog aan mij afgelopen maandag. Inmiddels wel, denk ik. In elk geval staat de naam niet langer garant voor kwaliteit en zal nieuw werk voortaan met argusogen bekeken worden. En de grote vraag die in mijn hoofd zit blijft: ‘waarom doet E. dit?’ Snapt hij niet dat het publiek komt voor Eels, niet voor dit live-gedrocht? Is het omdat E. het zelf gewoon leuker vindt om op zijn gitaar te slaan en in de microfoon te krijsen? Of zou hij zich onzeker voelen en zichzelf niet meer bloot durven geven? Zijn maskeroutfit zou wel eens het laatste kunnen doen vermoeden.

Na Rock Werchter en PinkPop was het derde festival van dit jaar aangebroken, eentje van een ander soort; North Sea Jazz. Een overdekt festival in Ahoy, een week na Rock Werchter. Werchter was een geweldige ervaring en sfeervol als wat, zelfs de camping was ‘genieten’. North Sea Jazz was heel anders; het publiek was intellectueler en aandachtiger voor de muziek en kwam niet alleen voor het bier. Het festival heeft de uitstraling van een leuk jazz festival, maar als je eenmaal binnenkomt zie je dat het, meer dan pop-/rockfestivals, een commerciële fabriek is geworden.

continue reading…

The National @ TivoliPas enkele dagen teruggekomen van de festivalweide van Rock Werchter, stonden we afgelopen woensdagavond al weer in Tivoli, bij een concert van de in alternatieve kringen befaamde band The National. Wat een verandering, van het inhoudsloze, dronken festivalpubliek naar het serieuze en aandachtige zaalpubliek, maar dat moet ook wel als je naar The National gaat. Ze hebben al vijf cd’s uit maar spelen nog steeds in relatief kleine zalen (zoals Paradiso en dus ook Tivoli), maar verkopen die dan wel snel uit. Caspar en ik wilden naar onze thuishaven Paradiso gaan, maar met de tijd dat we er achter kwamen dat ze daar optraden was het al lang uitverkocht, dus zijn we maar naar het Utrechtse Tivoli vertokken. De vorige keer dat we daar waren trad Elbow op toen ze net The Seldom Seen Kid hadden gereleased.Dat was al een jaar geleden dus het was weer even wennen na al die concerten in Paradiso. The National’s nieuwste album, High Violet, werd door de hele scene als een prachtstuk ervaren, zo ook door Caspar en mij. Dit en positieve reacties van vorige concerten van The National zorgden ervoor dat wij er veel van verwachtten.

continue reading…

Zaterdag was de eerste dag die niet begon als een snikhete sauna. Integendeel, het weer was behoorlijk koeltjes en zeker later op de middag, toen de zon schuil ging achter de wolken, zelfs te koud om in alleen een shirt rond te lopen. De regenbui ‘s middags maakte het af.

Maar we gaan het hier natuurlijk niet over het weer hebben, maar over de muziek. Probleem was alleen, dat er niet veel goede bands waren geprogrammeerd op zaterdag. Dus voor ons begon het pas om een uur of vier, Yeasayer in de Pyramid Marquee. Zij speelden zoals altijd een strakke show. Leuk was ook hoe sommige nummers weer heel anders klonken dan eerder in Paradiso, met als beste voorbeeld het bijna onherkenbare 2080.

Na Yeasayer viel er al meteen en gat dus hebben we maar een aantal katernen van De Morgen tot ons genomen, met op de achtergrond de progmetal van Porcupine Tree, die varieerde van ‘best goed’ tot ‘belabberd’.

Daarna betrad Florence van Florence + the Machine het podium, maar haar optreden viel tegen. Ze was niet helemaal goed bij stem – vooral als ze een hoge noot probeerde te raken kneep haar stem af – en ook haar enthousiasme was maar matig. Terwijl de live-opnamen van Glastonbury verleden weekend laten zien dat Florence best een goede show kan neerzetten. Misschien was het omdat ze hier in de kleine tent speelde, en op Glastonbury al op het grote open podium.

Na weer een gat – P!nk hoefden we echt niet te horen – begon de show van Rammstein. Tja, Rammstein, of, zoals Abel ze noemt: de slagers. De muzikale kwalteit van de Duitse metalband is natuurlijk niet zo goed – nee, gewoon slecht – maar de show had wel wat. Het riep echt een gevoel van angst op. Alsof we stonden te wachten op onze eigen massaslachting, alsof we elk moment een mes in onze rug gedouwd zouden kunnen krijgen. Brrrrrr. We hebben het dan ook niet langer dan een kwartier uithouden en na in de tent nog ruim te hebben kunnen mee’genieten’ eindigde onze een-na-laatste dag van Rock Werchter 2010.

Weerbericht: tropische zomerdag, temperaturen boven de 30 graden Celcius, lichtelijk bewolkt. Oftewel, snikheet op het ondraaglijke af. Nadat we eindelijk de tent uit waren en ons veffrist hadden gingen we op weg naar de bakker om daar ons traditionele Werchterontbijt te halen: een smos – Vlaams voor stokbrood – met kaas, en natuurlijk wafels. Vervolgens hebben we een uurtje op onze geheime en superchille Werchterplek gerelaxed. Maar uiteindelijk moesten we toch echt de confrontatie met de brandende zon en de belachelijk hoge temperaturen aangaan.

Op het festivalterrein was de temperatuur niet minder hoog en aangezien alle schaduwplekken al bezet waren hebben we noodgedwongen in de felle zon liggen braden. Met een krantje erbij luisterden we naar The Morning Benders, een uiterst vermakelijk bandje dat lichte new-wavepop speelt, een soort The Shins meet Joy Division – van die laatste coverde ze een nummer.

Het geplande voetbal kijken ging niet door, met dank aan de burgemeester van Werchter, maar op de campi g waren wel een paar jolige types met een ouderwetse radio, zodat we toch de wedstrijd konden volgen. In de pauze besloten we even wat drinken te gaan halen, maar in de supermarkt kwam Caspar erachter dat hij zijn portemonnee kwijtgeraakt was – die zou niet meer teruggevonden worden. De onverwachte winst van Nederland mocht niet baten – de middag kreeg een ietwat bittere nasmaak.

Maar we zetten ons eroverheen en gingen nog een stukje van Jack Johnson bekijken. Dat bleek de perfecte muziek te zijn om op een festival in het gras te luisteren. Na ondervonden te hebben hoe moeilijk een vegetarier het kan hebben – vegeratrische taco’s die niet veel meer inhielden dan een berg sla en tomaten – haastten we ons naar Editors op de Main Stage.

Helaas vielen Editors ook wat tegen, maar Abel wist dat eigenlijk al van Werchter. Caspar heeft gelukkig de mogelijkheid gehad om de band onder ideale omstandigheden te aanschouwen: op het onheilspellende terrein van Melt!, in het pikdonker met snijdende koude en een stromende regen. Zanger Tom Smith zag er gehavend en bezeten uit: ongeschoren, capuchon op en met bloeddoorlopen ogen.
En zie nu het verschil met hun performance vanavond op Rock Werchter; al het intense was verdwenen en eerst zo sterke nummers veranderden in flauwe meeklappers. Ook bleek live nog meer dan op CD dat eigenlijk alle liedjes van Editors op elkaar lijken. Het was zeker geen slecht concert; maarmwel vergeleken met de kwaliteit die de band had kunnen leveren.

En toen Green Day, de headliner. Door Abels expertise konden we vrij ver vooraan komen. Wat voornamelijk bleek was dat bij Green Day’s live-optreden het accent veel meer ligt op entertainment – Billy Joe’s charisma mag zich meten met dat van Obama – en dat de liedjes zelf inwisselbaar zijn. Het vuurwerk was spectaculair en ondanks een wat lauw publiek leverde Green Day een geweldige show af.

Foto’s komen later.

John LennonHet is vandaag de Dag van de Weetjes, zo las EHPO. En dan kan Beautiful Freaks natuurlijk niet achterblijven. Om in te komen even een kort weetje over de herkomst van de naam van ons blog/radioprogramma:  Bij een concert in de kleine zaal van Paradiso bladerden Caspar en ik door mijn iPod, op zoek naar inspiratie voor een naam voor een toen nog naamloze blog. Across the Universe, Age of the Understatement, Beautiful Freak… ja! Dat was het. Het klonk goed maar had ook nog een diepere betekenis: de nummers die we draaien zijn beautiful, maar door de alternativiteit ook ‘freaks’.

Nu had ik al een lange tijd het idee om de leukste oorsprongen van bandnamen op een rijtje te zetten, en de Dag van de Weetjes biedt zich aan als perfecte gelegenheid, dus lees hier onder andere uit welke boeken Joy Division en The Doors hun namen hebben en wat John Lennon te zeggen heeft over ‘The Beatles’.

continue reading…

Met de heftige gitaarklanken van Muse nog nagalmend in onze oren hebben wij onze tent gevonden. Zoals beloof een verslag van de eerste dag van Rock Werchter en onze reis daarnaartoe.

De reis verliep voorspoedig; slechts een tram die niet verder reed vanwege een ongeluk verhinderde ons en bijna misten we de trein. Na de lange trein- en busreis zochten we een plekje uit op camping B0 om daar de tent op te zetten (wat ons een stuk makkelijker afging dan gedacht.

Het aankomen op het festivalterrein van Werchter zelf voelde als een thuiskomen. Kyteman hadden we inmiddels grotendeels gemist, maar het trompetgeschal van setafsluiter Sorry konden we nog beluisteren onder het genot van een patatje met.

Daarna volgde het optreden van Midlake, die Caspar al eerder in Paradiso had gezien. Net zoals daar verviel het geluid tot een soort brei. Stem te zacht; bas te hard, en alle subtiliteiten die op het album te horen waren verdwenen spoorloos in deze geluidsmix. De grote tegenvaller van Rock Werchter?

Daarna zou The Xx ons in de piramidetent toespelen. Een hip indiebandje dat helaas wat saai bleek te zijn, wat overigens ook op hun album het geval is. Daar kon het nog wel, maar livemuziek moet nu eenmaal knallen.

Toen naar de mainstage, om te kijken naar Stereophonics. Daarvoor kenden we de band nog niet. Toen het eerste liedje begon dachten wij te maken te hebben met een Oasis-kloon. Maar naarmate het concert vorderde ontpopte de band zich tot de grootste verrassing van Rock Werchter. Vooral de zanger maakte indruk op ons.

En na Stereophonics was het eindelijk zover: Muse, de band waar wij het meeste naar uitkeken. Hun festivalshow evenaarde die in Ahoy, en ook de setlist onderging een paar positieve veranderingen. We zijn nu wel moe van al het springen en meezingen/schreeuwen. Zie de foto’s voor een sfeerimpressie.

Crowded House - IntriguerHet nieuwe album Intriguer van de band Crowded House kwam op 9 juni uit, dus het is eens tijd geworden om het onder de loep te nemen. Crowded House werd in de jaren ’90 ‘de nieuwe Beatles’ genoemd (net zoals ondermeer Oasis, hoewel Oasis eerder zichzelf tot de nieuwe Beatles kroonde). Nadat Neil Finn Crowded House oprichtte in 1986 verwierven ze hun eerste grote succes in 1993, met de release van Together Alone, waarmee ze toentertijd de prijs voor de beste internationale act van Q-magazine wonnen en dus boven grote namen als U2 en Nirvana eindigden. Hoewel ze daarvoor ook al succes hadden gehad met onder andere Weather With You en Four Seasons in one Day, mijn persoonlijke favoriet. In 1996 stopte de band (na het uitbrengen van de best-of Recurring Dream) omdat Neil bang was om zich te herhalen. Hij zei meermaals dat Crowded House nooit meer zou spelen, maar in 2007 gebeurde het dan toch; Time on Earth is het reüniealbum van de band geworden. Meestal wordt na een reüniealbum alweer gestopt, maar Crowded House ging door met albums maken, en bijna drie jaar later is hier Intriguer.

continue reading…

Jack Johnson - To the SeaJack Johnson is een artiest uit Hawaii. Hij is de zoon van een professioneel surfer en was dichtbij een surfcarriére maar liep vitale wonden op en stopte met surfen. Hij speelde al gitaar sinds zijn veertiende maar destijds ging het surfen altijd voor. Na dit ongeluk (op zijn zeventiende) is hij zich gaan richten op muziek (hij studeerde weliswaar film). Hij heeft de muziek eigenlijk gecombineerd met het surfen, zijn muziek laat je aan het surfen denken. Dat is zijn positieve maar ook negatieve kant. Je kan de nummers altijd luisteren en ze luisteren vluchtig weg maar de diepgang mist, en nu hij inmiddels vijf CD’s uit heeft (inclusief deze) mag hij die diepgang wel eens zoeken, als Jack Johnson daartoe in staat is natuurlijk…

continue reading…

Nogmaals excuses voor het laat posten van dit verslag, maar beter laat dan nooit.

Pinkpops zaterdag begon met erg goed weer, verrassend voor diegenen die het weerbericht hadden gevolgd, maar we mochten niet klagen. Rond half 11 mijn bed uit gerold, pijntjes door mijn lichaam maar desalniettemin had ik zin in Editors en natuurlijk headliner Green Day. Het ontbijt op de camping viel me erg mee, elke dag at ik hetzelfde recept (conservatief als ik ben). Drie tosti’s vulden elke ochtend mijn maag, daar kwam dan nog vaak friet en ander fastfood bij. Rond een uur of twee waren we aangekomen op het terrein. Nadat we hadden genoten van het weer en wat hadden gedronken (het zou tenslotte een enorm lange dag worden in de voorste regione van PinkPop) begonnen we met de Nederlandse toch wel revelatie C-mon & Kypski die echt een vette show neerzette. Kyteman was te gast en niet alleen Kyteman maar iedereen ging los als een gek. Kortom, echt een leuk feestje om een beetje in the mood te komen.

Bij Mando Diao stonden we vooraan, tegen het voorste hek. Ze rockten wel maar ze waren niet echt goed, enorm hard geluid en spetterende gitaren maakten samen toch niet wat je van Mando Diao zou verwachten. Maar dit was voor mij ook niet zo’n heel belangrijk optreden, ik keek vooral uit naar Editors. Inmiddels was de lucht al vrij gevaarlijk bewolkt en Editors waren helaas niet zo goed als ik zou hopen, hun nieuwste CD valt me dan ook wat tegen. Er waren wel ‘klassiekers’ als Munich, The Racing Rats en Smokers Outside the Hospital Doors, maar de rest leek allemaal een beetje op elkaar, er zaten geen leuke live-experiences in. Ik had meer verwacht omdat hun eerste twee CD’s echt pareltjes zijn.

Pinkpop - Green DayHierna begon het een beetje te motregenen en na een uur wachten stond er opeens een konijn op het podium. Ik was niet geïnformeerd maar ben er inmiddels achter gekomen dat dit konijn met twee biertjes in zijn hand een vaste Green Day act is (van hun nieuwste tour). Green Day knalde er in, het voorste vak ging los en ik raakte iedereen kwijt. Sinds dat moment ben ik afwisselend met mijn vrienden geweest, totdat B.J. Armstrong weer zei: I want you to go f*cking crazy! en de hele menigte gehusseld werd. Geen probleem want een van mijn vrienden is vrij groot en dus zag ik zijn hoofd steeds bungelen. Do you know your (fucking) enemy was de eerste ‘knaller’ waarop alles los ging. Ik kwam fors dichterbij de hekken bij dit nummer. Gek genoeg stonden er nog steeds evenveel mensen voor je, alleen leken de mensen even afgevallen. Een emotioneel moment was toch wel Boulevard of Broken Dreams, een nummer dat zo ongeveer half Pinkpop mee kon zingen, dus deed hij het zelf maar amper. Hierna kwam er een stukje waarin ze verschillende nummers speelden (delen ervan) zoals Stand By Me en Highway to Hell. Dit was erg leuk en bevorderde de sfeer. Hardere nummers zoals American Idiot en Holiday brachten de menigte in een bewegende massa waarin ik zelfs bij de voorste hekken wist te komen, recht voor de band. Al de hele show lang waren er mensen op ’t podium gekomen en er was nog plaats voor één persoon. De persoon naast mij werd gekozen, een gast die zijn haar groen had geverfd (voor dit optreden?) en ook nog een groene bril droeg. Deze bril had hij al naar de zanger gegooid en nu mocht hij er zelf dus ook op. Ik gunde hem het wel maar had er zelf ook graag gestaan. Deze gast maakte er zeker een feestje van, hij ging los en het publiek ook op hem, wat een ervaring! Er werden ook nog shirts afgeschoten in een hogedrukspistool, er was vuurwerk en er waren vlammen. Na dit alles kwam het emotionele toegift Wake Me Up When September Ends en Give Me Novocaine. Voor mij persoonlijk jammer dat er geen knallend toegift was maar al met al was deze show echt geweldig! Green Day lijkt wel geboren op het podium. Na Green Day waren we allemaal kapot en zijn dus meteen naar de tent gegaan en daar ingezonken onder een ietwat regenende hemel.

Zondag was misschien wel de living hell: vreselijk brak ben ik wakker geworden onder een donkere hemel en toen ik naar buiten stapte had ik door dat vandaag de kou zou doorbreken. Vaarwel, prachtig weer. Zondag was ook de dag van het afbreken van de tent en het inpakken van de spullen. Allemaal oninteressante bijvoegsels, het eerste geplande optreden was: DeWolff, maar die haalden we totaal niet, we hadden veel te weinig tijd. Zelfs Danko Jones haalden we niet. Een uur voor Yeasayer en Slash waren we op het PinkPop terrein, ‘genoten’ van het weer en toen zijn we gesplitsd: ik wilde per se naar Yeasayer en de rest naar Slash. Mijn keuze pakte verrassend goed uit, Yeasayer speelde echt de sterren van de hemel en ik kan het weten, Caspar en ik hebben ze tenslotte ook in Paradiso gezien. Na Yeasayermaakte de regen niet uit want Florence + The Machine stond alweer klaar om de tent nog een keer op te blazen, helaas lukte het haar niet, by far. Ze viel echt tegen, ik ben zelfs bijna weggelopen. Daarna The Pixies, een band die geprezen werd door mijn ex-leraar latijn, een verstandig manm dus ik ging toch maar even kijken. Wel zittend want ik had echt geen kracht meer om zo lang te staan. The Pixies verbaasden zeker niet, maar vielen ook niet echt tegen. Gogol Bordello echter was een ware dance-act en de tent werd nog voor een keer opgeblazen, Gypsy-Punk was leuk om mee te maken maar onze benen waren helaas niet capabel meer.

Het laatste optreden zat er aan te komen, The Prodigy mocht de eenenveertigste editie afsluiten. In de voorste regione was er op zondag niet meer bij, dus maar een beetje in het midden plaats genomen. Maar bij The Prodigy kan je de pit niet ontkomen, en zo werd ik ook geramd door een of andere kleerkast. Het ging wel los maar het viel voor mij weg bij de vorige headliner Green Day. Ik vind de sfeer bij dit soort concerten gewoon iets minder, iets onvriendelijker. Desondanks sloten ze goed af, de frontman wilde nog wel een mosh-pit zien bij The Warriors dance ‘I want to see all of my Pinkpop warriors, all of my Prodigy warriors, all of my warriors!’ Na The Prodigy was er nog vuurwerk ter afsluiting en kwam Jan Smeets nog even het podium op om te zeggen dat we vooral bij de tweeenveertigste editie moesten zijn en dat we moesten stemmen (op de PvdA?). Wij zijn hierna afgereisd naar onze auto en daarna ben ik meteen in slaap gevallen. Het volgende moment was ik in mijn eigen vertrouwde straat. Pinkpop was erg leuk en ik denk er zeker over om volgend jaar weer te gaan maar we focussen ons nu op Rock Werchter als het festivals betreft.