Bony King of Nowhere - Alas My Love

Via de blogs die ik dan weer lees en de concertagenda ben ik op het spoor gekomen van The Bony King of Nowhere, een folkband uit Belgie die pas hun debuut Alas My Love hebben uitgebracht. Volgens paradiso is dit een neofolk-band waar we nog veel van gaan horen, maar volgens mij hebben we niet te maken met de genregenoten van Current ’93 maar de folk-versie van Radiohead.

Aangespoord door mijn bronnen voor nieuwe muziek ben ik dus gaan luisteren naar de eerste CD van dit bandje, en wat blijkt: hij is best goed! Voornaamste invloed zal inderdaad Radiohead zijn, maar ook het Bon Iver-achtige indiefolk geluid wat je ook terughoort bij dat andere Belgische folkbandje Isbells is nooit ver weg.
De muziek van The Bony King of Nowhere is rustig, weemoedig maar nooit echt melancholisch. Het blijft een beetje hangen tussen vrolijke feel-good-folk en depressieve mannen-in-de-winter-folk. Zo ook het eerste liedje My Sunset. Het relaxte gitaartje geeft je het gevoel dat je de zomerhit voor dit jaar hebt ontdekt, maar alle andere geluiden op de achtergrond en vooral de zang van Bram Vanparys geven het liedje een treurige ondertoon, waardoor het echte herstmuziek wordt. Het volgende nummer is ietsje minder eentonig dan de opener door de toevoeging van een pianootje en diverse andere geluidjes en instrumentjes. Het zijn niet de piepjes als die van Radiohead of hun Amerikaanse tegenhanger Wilco, maar meer subtiele geluidjes die je ook van R.E.M. kan verwachten.
En die geluidjes zorgen er ook voor dat het niet saai wordt. Want ook al lijkt de zanger zijn stem even prachtig mompelend en neuzelend te zijn als die van Radioheads Thom Yorke, de Bony King gaat toch wat meer op het dreinigerige af (ja, nog erger dan Yorke!). En zo komt het dat ik bij het vierde nummer Maria alweer zin heb om de plaat af te zetten (en misschien eentje van Radiohead zelf te gaan luisteren). De samenzang is ontzettend zuiver en de piano is mooi, de drums zijn rustig en ook de gitaar weet precies de juiste akkoorden aan te slaan, maar toch mist er iets. Iets meer gevoel misschien, iets van de wanhoop van Radiohead of juist het hoopvolle wat bijvoorbeeld Bon Iver en Isbells hebben. Of net iets meer het rockende van de Local Natives.

De doorzetters of mensen die het bandje beter vinden dat ik komen halverwege het album Taxidream tegen. Het nummer dat inzet met een zwoele basgitaar die ook niet zou hebben misstaan op een zomerse plaat, maar door de lichte maar toch zwaarmoedige drums, de zang en samenzang, krijgt de zomers basis (die handclaps!) iets a-typisch winters over zich heen. Misschien is dat wel wat me zo tegenstaat aan dit bandje.

Als de onbegrijpelijke muziek je op dit punt van het album nog steeds niet heeft gegrepen kan je het beste meteen doorskippen naar het laatste nummer. Dat is namelijk wel een pareltje! De trage piano lijkt weliswaar rechtstreeks van Videotape te zijn overgenomen, en ook de zang lijkt meer dan ooit op Radiohead, maar dit liedje heeft toch dat wat de andere liedjes allemaal niet hebben: een duidelijk soort sfeer. En het liedje blijft niet saai. Want net als dat lijkt te gebeuren komt het prachtige refrein met een xylofoon-achtig deuntje. En voor het eerst een samenzang die behalve zuiver ook nog eens echt mooi is. Het is eigenlijk ook wel jammer dat een band die zo’n geweldig liedje schrijft de rest van de plaat vol zet met vreemde nummers die nog niet af lijken.

Maar dat laatste nummer (ben ik vergeten te vertellen: het heet My Invasions) is echt een prijsnummer, en komt volgende week maandag ook op de radio!